alles begint met een idee

Menu

Categorie

Een jonkie op de Monumentenlijst

Door Albert Turk en Wouter van Riet Paap. Gepubliceerd in internetcourant ‘De Stad Utrecht’

De ‘Dikke van Dale’ geeft de volgende betekenis aan het woord ‘monument’:

  1. gedenkteken: iets dat blijft bestaan, dat de herinnering aan iemand of iets doet voortleven.
  2. overblijfsel van een vroegere cultuur, kunst, nijverheid of wetenschap, met name uit het oogpunt van conservering.

Bouwkundige monumenten vallen doorgaans in de tweede categorie: een stukje bouwnijverheid dat men het conserveren waard vindt.

Onze historische binnenstad staat natuurlijk vol monumenten; stadskastelen, grachtenpanden, de Dom uiteraard, allerlei voormalige kloosters, enzovoort. Allemaal gebouwen welke vanwege hun architectonische, stedenbouwkundige, historische of culturele eigenschappen monumentwaardig zijn. Het woord ‘monument’ associëren we daarom meestal met statige panden langs boulevards of schattige geveltjes langs één van onze grachten. Allemaal panden uit voorgaande eeuwen en in ieder geval van vóór de oorlog.

Een gebouw dat, in ieder geval qua leeftijd, niet direct voldoet aan dit beeld ‘monument’ is het SHV gebouw op de hoek van de Singel en de Mariaplaats. Het gebouw is onlangs door de Rijksdienst geselecteerd als Rijksmonument.

Het betreft hier het hoofdkantoor van de SHV, de Steenkolen Handels-Vereeniging: Het familiebedrijf van de familie Fentener Van Vlissingen. SHV is al in 1896 ontstaan uit een fusie van een aantal kolenhandelsbedrijven. Halverwege de vorige eeuw begon het bedrijf zich ook te richten op energiebronnen als olie en gas. Tegenwoordig is de SHV het grootste familiebedrijf van Nederland met in totaal maar liefst 47.000 werknemers wereldwijd. Het richt zich op een groot aantal activiteiten als industriële en financiële dienstverlening, transport, groothandelswinkels, handel en distributie van LPG, etcetera.

Als ik langs het SHV gebouw loop wekt het altijd mijn interesse door diens statigheid, rijke detaillering, de grote glaspartijen en de daarmee tegenstrijdige geslotenheid van de gevels. Veel meer weet ik er eigenlijk niet van. Reden om eens uit te zoeken waarom dit gebouw eigenlijk monumentwaardig is

Het gebouw is ontworpen door het inmiddels bijna 100 jaar oude architectenbureau Op ten Noort Blijdenstein. Het is eind jaren 50 gebouwd en werd in 1960 geopend door prins Bernhard. Bijzonder is hoe het gebouw een schakel vormt tussen de oude binnenstad en Hoog Catherijne. Het markeert de hoek van één van de weinige plekken waar de binnenstad zich opent. Qua architectuur is het gebruik van grijsgroen natuursteen, een grote glaspartij langs het trappenhuis en de drie kunstwerken aan de zijgevel bijzonder.

Het betreft hier een karakteristiek voorbeeld van naoorlogs functionalisme, van wederopbouwarchitectuur van de beste soort. Op de zijgevel aan de zijde van de Mariaplaats zien we beeldhouwwerken welke verbeelden wat de SHV allemaal deed: energiewinning (Een man met een fakkel wijst naar de energiebronnen van de toekomst: kernenergie, gashouders en olietankwagens), Rijnvaart (een riviergod als personificatie van de Rijn, geflankeerd door vissen, water, een schip in de haven en een brug op de achtergrond) en mijnbouw (een mijnwerker aan het werk, een lift met wagons en stutten in mijngangen) Verder zijn de drie letters S, H en V zichtbaar.

Niet alleen het gebruik van hoogwaardige materialen zoals Italiaans natuursteen en de grote glaspartij langs het trappenhuis maken het gebouw bijzonder. Het kent bovendien één van de vroegste voorbeelden van een ondergrondse parkeergarage, kenmerkend voor de toenemende mobiliteit. Het integreren van kunstwerken is ook binnen in het gebouw doorgezet met een prachtig mozaïek in de vloer onder aan het trappenhuis. Daarnaast is van waarde dat het gebouw grotendeels onaangetast is gebleven en ook latere uitbreidingen met respect voor het bestaande zijn uitgevoerd. De eigenaar is er duidelijk altijd met zorg mee omgegaan.

Het is goed dat niet alleen de historische binnenstad het verdient om behouden te blijven. Ook recentere gebouwen bepalen het historische beeld van een groeiende stad. Dit bijzondere voorbeeld van wederopbouwarchitectuur neemt letterlijk en figuurlijk een bijzondere plek in de geschiedenis van Utrecht in. Of zoals minister Bussemaker het zei:

“Monumenten zijn niet alleen in bouwkundig of artistiek opzicht van grote waarde, ze zijn ook verbonden met periodes uit onze geschiedenis en met onze persoonlijke herinnering en verhalen daarover. Als stille getuigen houden ze de herinneringen daaraan levend en zorgen ze ervoor dat die verhalen worden doorverteld en herverteld door vele generaties na ons’’

Een bijzonder gebouw dus, dat terecht tot Rijksmonument is benoemd. Al wist je tot nu toe niet eens wat het nou eigenlijk precies was.

Geef een reactie

Uw e-mailadres is niet zichtbaar.

*